Trillers


Tja, trillers. Soms ontkomen we er niet aan.
In de meeste gevallen zijn de normale grepen afdoende om een goede triller uit je fagot te persen, maar af en toe liggen de opeenvolgende grepen zo onnozel, dat de normale menselijke motoriek het maken van een gezellige triller niet toelaat. In dat geval zijn er (meestal) “hulpgrepen” die het wat gemakkelijker maken.

Ik kan het niet nalaten om een paar dingen te zeggen over trillers:
* een triller wordt meestal gemaakt door afwisselend de hoofdnoot en de bovensecunde te spelen. De bovensecunde is de noot die in de toonsoort van het stuk direct boven de hoofdnoot komt. In F-groot (1 mol) tril je een a dus naar een bes, maar in C-groot naar een b.
* een triller hoeft niet per definitie uit 2.000.000 noten per seconde te bestaan. Soms is een mooi opgebouwde, rustige triller mooier.
* vaak is een triller niet de hoofd-act van de avond, speel ‘m dus als versiering en niet als uitlaatklep voor alle frustraties van de voorafgaande week, tenzij de partituur hier uitdrukkelijk om vraagt ;)

Under construction.